Lenen van je eigen BV

Veel DGA’s lenen geld van hun eigen BV. Bijvoorbeeld voor een woning, beleggingen of privé-uitgaven. Dat kan prima, maar alleen als de lening goed is ingericht en vastgelegd.

In de praktijk gaat het vaak mis omdat een lening te vrijblijvend wordt behandeld. Juist dan ontstaan fiscale risico’s.

Wanneer is lenen van je BV fiscaal aanvaardbaar?

Een lening tussen jou en je BV moet zakelijk zijn. Dat betekent dat de afspraken vergelijkbaar moeten zijn met wat een onafhankelijke derde ook zou accepteren. Denk aan een reële rente, een passende looptijd, afspraken over aflossing en voldoende zekerheid. Schriftelijke vastlegging is niet altijd wettelijk verplicht, maar is in de praktijk wel sterk aan te raden en in sommige situaties zelfs verplicht.

Waar let de Belastingdienst op?

  • de hoogte van de rente
  • de looptijd van de lening
  • de aflossingsafspraken
  • de zekerheden die zijn verstrekt
  • de terugbetaalcapaciteit van de DGA of holding
  • de omvang van de totale schuld

Die aandachtspunten volgen ook uit de factoren die in de vakliteratuur worden genoemd voor de maximale omvang en zakelijkheid van een lening. Deze beoordeling vindt plaats op basis van vaste jurisprudentie en het arm’s length-beginsel.

De 3 grootste fiscale risico’s

1. De lening is niet zakelijk ingericht

Als de voorwaarden niet zakelijk zijn, kan de Belastingdienst de rente corrigeren naar een zakelijk niveau. Soms blijft de lening dan fiscaal wel een lening, maar met onzakelijke elementen. Dat kan later problemen geven bij afwaardering, verliesneming of discussies over dividend.

2. De lening is in feite een uitdeling

Als al duidelijk is dat de lening niet meer kan of zal worden terugbetaald, kan de Belastingdienst stellen dat geen echte lening bestaat maar een verkapte winstuitdeling. Dan komt box 2-heffing in beeld. Dat risico speelt niet alleen bij nieuwe leningen, maar ook als een bestaande rekening-courant ongemerkt oploopt zonder realistische terugbetalingsmogelijkheid.

3. Je komt boven de grens van excessief lenen

Sinds de regeling excessief lenen kan een schuld aan de eigen BV boven € 500.000 (in 2026) leiden tot een fictief regulier voordeel in box 2 voor het meerdere boven die grens. Die regeling staat los van de vraag of de lening op zichzelf zakelijk is. Ook onder die grens blijft de gewone jurisprudentie over verkapte uitdelingen gewoon relevant.

Rekening-courant of echte lening?

Kleine bedragen kunnen nog passen binnen een rekening-courantverhouding. Maar zodra de schuld structureel oploopt, ligt het voor de hand om over te stappen naar een echte geldleningsovereenkomst met duidelijke voorwaarden. Voor rekening-courantsaldi tot € 17.500 geldt (in 2026) onder voorwaarden een goedkeuring dat geen rente hoeft te worden berekend; daarboven wordt zakelijk handelen veel belangrijker.

Praktische conclusie

Lenen van je eigen BV kan fiscaal prima werken, maar alleen als het totaalplaatje klopt. De echte risico’s zitten meestal niet in het feit dat er wordt geleend, maar in de manier waarop de lening is ingericht, bewaakt en vastgelegd.

Juist daarom is het verstandig om bij grotere bedragen of oplopende rekening-courantsaldi tijdig te beoordelen of de voorwaarden nog zakelijk zijn en of de schuld nog past binnen de terugbetaalcapaciteit.

Dit artikel is geschreven in april 2026. Wet- en regelgeving kan wijzigen.