Door de wijzigingen in box 3 en de toenemende aandacht voor beleggen via een BV of een beleggings-BV vragen veel ondernemers zich af of een BV nog steeds fiscaal aantrekkelijk is. Ook vastgoedbeleggers, DGA’s en mensen met grotere beleggingsportefeuilles lopen regelmatig tegen dezelfde vraag aan: wanneer is een BV daadwerkelijk verstandig?
De praktijk is vaak minder zwart-wit dan social media of algemene vuistregels doen vermoeden. Een BV kan voordelen bieden, maar zorgt ook voor extra kosten, een andere belastingstructuur en keuzes die op langere termijn gevolgen hebben.
Veel gehoorde vuistregels zijn vaak te kort door de bocht
Veel ondernemers krijgen tegenwoordig te horen dat een BV vanaf een bepaalde winst automatisch aantrekkelijk wordt. Op social media zie je bijvoorbeeld regelmatig uitspraken zoals:
- Vanaf €100.000 winst moet je een BV hebben
- Door box 3 is een BV altijd voordeliger
- Vastgoed kun je beter direct in een BV onderbrengen
- Beleggingen horen tegenwoordig in een BV
In de praktijk ligt dat vaak genuanceerder. De keuze voor een BV hangt niet alleen af van winst, maar ook van de behoefte aan privé-opnames, andere inkomsten, aftrekposten, investeringsplannen en de periode waarin vermogen kan blijven zitten.
Een BV betekent niet automatisch minder belasting
Een veel gemaakte fout is dat alleen wordt gekeken naar de vennootschapsbelasting. De winst in een BV wordt namelijk niet alleen belast met vennootschapsbelasting, maar bij uitkering uiteindelijk ook met box 2-heffing.
Belangrijk daarbij is:
- vennootschapsbelasting is slechts een eerste heffing
- box 2 volgt vaak later
- uitstel van belasting is niet hetzelfde als afstel
- de uitgestelde belasting moet voldoende rendement opleveren
- de investeringshorizon speelt daarom een belangrijke rol
De hoogte van de winst vertelt vaak maar een deel van het verhaal
Regelmatig wordt geprobeerd een vaste grens te noemen waarbij een BV aantrekkelijk wordt. In de praktijk bestaat zo’n vaste grens meestal niet.
Naast de winst spelen bijvoorbeeld mee:
- hoogte van het gebruikelijk loon
- andere box 1 inkomsten
- hypotheekrente of lijfrenteaftrek
- behoefte aan privé-opnames
- ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling
- vaste jaarlijkse kosten van een BV
Daardoor kan bij de ene ondernemer een BV interessant worden vanaf ongeveer €90.000 winst, terwijl dat bij een andere ondernemer pas veel later het geval is.
Bij vastgoed en beleggingen ontstaat vaak een andere afweging
Bij vastgoed en beleggingen speelt meer dan alleen het huidige belastingtarief.
Voorbeelden:
- overdrachtsbelasting bij inbreng van vastgoed
- huurinkomsten versus waardestijging
- box 2-heffing bij latere uitkering
- agiostorting in een beleggings-BV
- aandelen of private equity in privé of via een holding
- onzekerheid rondom toekomstige box 3-regels
- gecombineerde belastingdruk van vennootschapsbelasting en box 2
Ook richting 2028 bestaan nog veel onzekerheden. Denk aan discussies rondom waarderingen, werkelijk rendement en mogelijke aanpassingen voor private equity, start-ups en scale-ups.
Ook bedrijfsverkoop en bedrijfsopvolging kunnen meespelen
De keuze voor een BV wordt soms niet gemaakt vanwege de jaarlijkse belastingdruk, maar vanwege toekomstige plannen.
Een BV kan bijvoorbeeld voordelen bieden bij:
- verkoop van een onderneming
- toetreding van nieuwe aandeelhouders
- bedrijfsopvolging
- overdracht binnen familie
- opzetten van een holdingstructuur
Praktische conclusie
Een BV is geen standaardoplossing.
Soms biedt een BV duidelijke voordelen. In andere situaties zorgt een BV vooral voor extra kosten, administratieve verplichtingen en toekomstige belastingheffing.
De juiste keuze ontstaat meestal pas wanneer niet alleen naar belastingtarieven wordt gekeken, maar ook naar:
- rendement
- tijdshorizon
- privé-uitgaven
- toekomstige plannen
- flexibiliteit
Een berekening op hoofdlijnen geeft in de praktijk regelmatig een ander beeld dan algemene vuistregels of uitspraken op social media.
Dit artikel is geschreven in mei 2026. Fiscale wetgeving en aangekondigde plannen kunnen wijzigen.